Door
Sjoerd van der Niet
4 mei 2016

De meeste mensen houden wel van spelletjes, maar politieke spelletjes zijn uit den boze. Onze waardering draait om als een blad aan de boom. Vanwaar die negatieve connotatie, die vieze bijsmaak van ‘politiek’?

Ik hoor ze regelmatig: opmerkingen met ‘politiek’ als dooddoener. In een organisatie wordt geschoven met geld en medewerkers: ‘Het zijn politieke spelletjes.’ Iemand komt zijn afspraken niet na, maar hem wordt de hand boven het hoofd gehouden. Waarom? ‘Tja, dat is politiek.’

Einde discussie.

Politiek – dat gaat in eerste instantie om wat zich afspeelt in raadszalen, provinciehuizen, Den Haag en Brussel. Politiek gaat om besluitvorming die iedereen aangaat en waaraan je je niet kunt onttrekken. Dat betekent op zichzelf nog niet dat die besluitvorming slecht is, of dat je je er liever wel aan zou onttrekken. Politiek zorgt voor veiligheid, vrijheid, zorg en onderwijs, niet alleen voor belasting, regeldruk, corruptie of handjeklap.

Hoe dan ook, ‘politiek’ is synoniem geworden voor ‘gekonkel’ en beslissingen ‘die niet uit te leggen zijn’ maar genomen ‘over de ruggen van de mensen’. En dat gebeurt niet alleen in politiek Den Haag, maar in elke organisatie. Leg eens uit wat je baas doet…

Toch krijg ik nogal eens het gevoel dat we gemakzuchtig zijn. Worden beslissingen slecht uitgelegd, of hebben we geen zin om te luisteren? En al is een beslissing helemaal niet uitgelegd, betekent dat dan dat er geen goede redenen voor waren? Misschien zijn er factoren meegewogen die voor jou niet meteen relevant zijn en zich buiten jouw blikveld ophouden.

Maar klagen is zo behaaglijk. Het schept een band om samen verontwaardigd te zijn. En door iets af te doen als ‘politiek’, ontsla je jezelf van elke verantwoordelijkheid.

Dus nogmaals: waarom heeft ‘politiek’ zo’n vieze bijsmaak? Verliezen wij de positieve kant te snel uit het oog, of doen onze leiders, managers en bestuurders iets structureel verkeerd? Of is het gewoon gezond wantrouwen jegens machthebbers? Laten we zeggen dat ‘de hoge heren daar in Den Haag’ zich hierover eens achter de oren mogen krabben. (Dan kunnen wij vervolgens zeggen dat het onbegrijpelijk is.)