Sjoerd van der Niet
2 april 2016

‘Alsjeblieft.’ ‘Dankjewel.’ Hoe vaak zeggen we dat wel niet op een dag? Wanneer je een kop koffie vraagt op het terras, wissel je het zo al drie keer uit.

1. De bediening geeft de koffie: ‘Alsjeblieft.’ ‘Dankjewel.’

2. Jij geeft een briefje van vijf: ‘Alsjeblieft.’ ‘Dankjewel.’

3. Je krijgt je wisselgeld terug: ‘Alsjeblieft.’ ‘Dankjewel.’

Economisch gezien is er maar één transactie: een kopje koffie in ruil voor 2 euro 50. Economisch gezien is er ook geen reden om daaromheen nog allerlei beleefdheden te mompelen. De bediening deelt geen koffie uit in ruil voor bedankjes. Koffie voor geld, dat is de deal. Dus die kunnen we ook stilzwijgend voltooien, nietwaar?

Toch wisselen we een aantal keer alsjeblieft-dankjewel uit. Waarom eigenlijk? Communicatief gezien, zoals de DEMO-methode laat zien, gebeurt er het volgende.

Je vraagt om een kopje koffie, de bediening neemt de bestelling op en komt terug met een gevuld dienblad. Bij het serveren maakt ze haar levering expliciet door ‘Alsjeblieft’ te zeggen, en met je ‘Dankjewel’ geef jij aan dat je tevreden bent: hetgeen op tafel is gezet, is inderdaad waar je om had gevraagd. Dit zijn de vier stappen om een transactie, communicatief gezien, te voltooien.

Maar zolang je nu niet je portemonnee tevoorschijn haalt, blijft de bediening staan, hoe lief je ook ‘dankjewel’ hebt gesmiespeld. De transactie kan nog steeds worden teruggedraaid. Vervolgens geef je 5 euro. Als de bediening nu weg zou lopen, ben jij degene die erachteraan moet.

Meestal hoef je niet om je wisselgeld te bedelen. We zijn op elkaar ingespeeld. We weten dat onze transacties niet los van elkaar staan: als we alle beleefdheden links en rechts wegstrepen, moet onder aan de streep de economische deal overblijven. Pas dan worden alle transacties definitief afgesloten. Iedereen tevreden.

Alsjeblieft.

Dankjewel.